Aanhoudende droogte vraagt om toekomstbestendige aanpak
13 augustus 2026De aanhoudende droogte raakt steeds meer ondernemers in het werkgebied van VNO-NCW Midden. Bedrijven in Overijssel, Gelderland en Flevoland ondervinden dagelijks de gevolgen van historisch lage waterstanden. Ook in Utrecht neemt de druk toe. Nu vaarwegen en -verbindingen worden beperkt of zelfs worden afgesloten, zien onze leden dat grondstoffen later aankomen, transportkosten stijgen en er op steeds meer plaatsen een tekort ontstaat aan zoet water voor productieprocessen.
De sluiting van de sluis bij Eefde sinds 25 juli jl. betekent bijvoorbeeld dat het Twentekanaal niet langer bereikbaar is voor de scheepvaart. Dat raakt de industrie in Twente direct. Bedrijven die afhankelijk zijn van de aanvoer van zand, grind, metalen, veevoer, chemische grondstoffen en andere bulkgoederen moeten noodgedwongen uitwijken naar vrachtvervoer of alternatieve havens.
Logistieke uitdagingen, extra kosten én extra CO2-uitstoot

Bierbrouwer Grolsch in Enschede is één van de vele ondernemingen die de gevolgen van de droogte ervaart. Voor de nabij het Twentekanaal gevestigde bierbrouwerij is het vervoer van producten per binnenvaart bekend terrein, maar door de aanhoudende droogte is dat op dit moment een probleem. De sluizen bij Eefde die toegang geven tot het Twentekanaal kunnen voorlopig niet worden gebruikt door de scheepvaart. ‘En dat levert ons logistieke uitdagingen op,’ zegt corporate public relations & CSR manager Jaap Hulshof van de bierbrouwerij. ‘Voor de export wordt ons bier naar onder meer Engeland, Amerika en Canada in containers via ITG Hengelo over de Nederlandse binnenwateren naar de haven van Rotterdam vervoerd. Nu de scheepvaart op het Twentekanaal stilligt, moet het bier via de weg rechtstreeks naar de haven in Rotterdam worden vervoerd. Ook gaan er containers via de weg naar Kampen om daar alsnog per schip naar Rotterdam te gaan. Dat brengt niet alleen extra kosten met zich mee, maar gaat vanwege de extra CO2-uitstoot ook ten koste van de duurzaamheid.’
De economische schade loopt snel op. Volgens Koninklijke Binnenvaart Nederland kost de afsluiting van het Twentekanaal ondernemers minimaal 125.000 euro per dag. Wanneer de situatie langer aanhoudt, kan dat oplopen tot een half miljoen euro per dag.
Transportstromen omzetten

Ook bij andere regionale bedrijven zijn de gevolgen zichtbaar. Veevoerproducent ForFarmers in Lochem moet transportstromen bijvoorbeeld volledig omzetten naar de weg. Betonproducent Rouwmaat Groep ziet de aanvoer van zand en grind vrijwel stilvallen. Om hetzelfde volume over de weg aan te voeren zijn dagelijks ongeveer honderd vrachtwagens nodig. De productie is daarom teruggeschroefd. Vervoer over water dus geen luxe, maar een noodzakelijke schakel in het productieproces. ‘De omstandigheden van het laagwater in de IJssel zijn behoorlijk extreem. Ik heb dat eerder nog niet zo meegemaakt,’ reageert Remco Römer op de huidige situatie. Römer is branchemanager van Container Terminal Doesburg, gelegen aan de rivier. Volgens hem schuilt de uitdaging voor de terminal vooral in de beschikbaarheid van schepen en in het risico op eenrichtingsverkeer op de IJssel.
Verplaatsing
Andere regio’s bieden voorlopig uitkomst. Havens in Zwolle, Kampen en Meppel blijven bereikbaar doordat zij worden gevoed vanuit het IJsselmeer. Bedrijven lossen hun lading daar om die vervolgens per vrachtwagen naar de eindbestemming te vervoeren. Dat voorkomt stilstand, maar brengt wel extra kosten en veel organisatorisch werk met zich mee.
Groeiend economisch risico
Waterschaarste vormt een groeiend economisch risico voor Nederland. De gevolgen blijven niet beperkt tot landbouw en scheepvaart, maar raken ook industrie, logistiek, energievoorziening, infrastructuur en investeringen. De droogte van 2018 liet zien dat dit geen theoretisch risico is. Extreem laagwater veroorzaakte toen grote problemen voor de scheepvaart en industrie. De droogte van 2018 kostte de Nederlandse en Duitse economie samen zo’n €2,8 miljard volgens een studie van de Erasmus universiteit.
Een studie van Deltares uit maart 2026 becijfert het jaarlijkse welvaartsverlies door vaker en ernstiger wordende droogte op circa 250 miljoen euro in een scenario met sterke klimaatverandering. Voor de landbouw berekende Wageningen University & Research een gemiddeld potentieel economisch effect van circa 390 miljoen euro per jaar. Dit is een modelmatige inschatting, geen actuele schadeclaim.
De belangrijkste economische gevolgen zijn:
-
- Lagere productie en omzet in landbouw en industrie door een tekort aan proces-, koel- en beregeningswater.
- Hogere transportkosten door lage waterstanden. Schepen kunnen minder lading meenemen of vaarwegen worden tijdelijk beperkt.
- Schade aan bodem en infrastructuur door lage grondwaterstanden, zoals bodemdaling, verzakking en funderingsproblemen.
- Hogere kosten voor bedrijven door investeringen in wateropslag, efficiënter watergebruik, hergebruik van water en alternatieve productiemethoden.
- Risico’s voor de energievoorziening door beperkingen in koelwater en het transport van brandstoffen.
- Hogere overheidskosten voor waterbeheer, droogtebestrijding en herstel van schade.
- Een mogelijk negatief effect op het vestigingsklimaat. Bedrijven hebben voor productie, koeling en uitbreiding voldoende water nodig.
De gevolgen werken ook door in productieketens. Een bedrijf dat door watertekort minder produceert, heeft minder grondstoffen en transport nodig. Leveranciers en vervoerders worden daardoor eveneens geraakt. Voor het bedrijfsleven is vooral de onzekerheid een probleem. Ondernemers moeten niet alleen weten of er nu voldoende water beschikbaar is, maar ook of dat over tien of twintig jaar nog zo is. Waterschaarste raakt daarmee het concurrentievermogen van bedrijven, de betrouwbaarheid van logistieke ketens, infrastructuur en het vestigingsklimaat. Voor Oost-Nederland, met veel landbouw, industrie en binnenvaart, hoort waterbeschikbaarheid daarom nadrukkelijk op de economische agenda.
Weerbaarder maken
Door klimaatverandering nemen de frequentie en intensiteit van weerextremen, zoals droogte, hitte en extreme neerslag, toe. Structurele maatregelen zijn noodzakelijk om Nederland weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. We moeten veel meer water vasthouden: lokaal, bijvoorbeeld in wadi’s, én regionaal in grotere waterbergingsgebieden. Zulke projecten kunnen meerdere doelen dienen door waterberging te combineren met natuur, recreatie en een koelere leefomgeving tijdens hete perioden. Ook zijn aanvullende investeringen in infrastructuur nodig om rivieren en kanalen ook tijdens droge zomers zo goed mogelijk bevaarbaar te houden en de beschikbaarheid van water op peil te houden.
VNO-NCW Midden, branches, havens en ondernemers gezamenlijk in actie
Ondernemers moeten kunnen rekenen op een betrouwbare logistieke infrastructuur en voldoende water om te kunnen produceren, investeren en groeien. De droogte van deze zomer laat zien dat water niet alleen een ecologisch vraagstuk is, maar ook een economische randvoorwaarde voor een sterke regionale economie. Daarnaast gaan een sterke economie en een duurzame economie hand in hand. Economische groei zorgt voor werkgelegenheid, welvaart en investeringsruimte. Die investeringsruimte hebben bedrijven nodig om te verduurzamen en te investeren in nieuwe technologie. Waterschaarste kan die ontwikkeling juist onder druk zetten. Als bedrijven minder kunnen produceren, hogere kosten maken of hun goederen noodgedwongen over de weg moeten vervoeren, neemt niet alleen de economische schade toe. Ook de ruimte om te investeren in verduurzaming wordt kleiner. Duurzaamheid vraagt daarom ook om een sterke economie.

Veel bedrijven nemen maatregelen om de gevolgen van droogte zoveel mogelijk te beperken en investeren ook al in maatregelen die hen gereed maken voor een veranderend klimaat. ‘Bij VNO-NCW Midden werken we samen met een groep koplopers uit het bedrijfsleven om de waterproblematiek scherp in beeld te krijgen én te komen tot oplossingen waar al onze leden van kunnen profiteren. Net als bij energie kunnen we er niet langer vanuit gaan dat water altijd en overal vanzelfsprekend beschikbaar is. Het is een complex vraagstuk, maar juist daar ligt ook een kans. De innovatieve kracht en praktische kennis die bij onze leden aanwezig zijn, zijn enorm. Als we die kennis verbinden en samen optrekken, ben ik ervan overtuigd dat we ook deze uitdaging kunnen aanpakken,’ zegt voorzitter Heske Groenendaal van VNO-NCW Midden.
Oplossingen zoeken
Er wordt door VNO-NCW Midden met ondernemers onder meer gekeken naar procesoptimalisaties die gericht zijn op het produceren van minder restwarmte, naar hergebruik van warmte binnen het productieproces en naar de inzet van alternatieve koeltechnieken, zoals luchtkoeling of koeltorens. ‘Sommige bedrijven kunnen hun productie bovendien verschuiven naar koelere momenten’, zo licht voorzitter Groenendaal toe die er aan toevoegt dat deze oplossingen niet overal toepasbaar zijn. ‘Bovendien kent waterkoeling belangrijke voordelen. Koelen met water is een duurzame oplossing. Alternatieven zoals luchtkoeling vragen doorgaans meer elektriciteit en zorgen voor meer CO2-uitstoot.’
Verhoging kostprijs
Voor de bouw- en infrasector betekent het feitelijke watertekort dat inkoop en opslag in de toekomst naar andere momenten in het jaar moeten verschuiven. Ook kan transport over de weg noodzakelijk worden. In alle gevallen leidt dit tot een verhoging van de kostprijs. ‘Meer water kunnen we niet zomaar erbij krijgen. VNO-NCW Midden kaart samen met brancheverenigingen in de logistiek en industrie en de havenbedrijven de economische gevolgen aan bij de overheden en we zijn de exacte schade in beeld aan het brengen. Dat is onze rol als belangenbehartiger. De urgentie vraagt om tempo van de overheid. Net als bij netcongestie staan de economische belangen in het afwegingskader bij een feitelijk watertekort op de laatste plaats. Dit vraagt om overheidsbeleid waar bedrijven mee geholpen worden,’ besluit Groenendaal.